Je gunt het je ergste vijand niet…

Voor de 3e keer op rij neemt de 70-jarige man mij mee in een stukje van zijn meeslepende verhaal. De ingetogen en rustige manier waarop hij zorgvuldig zijn woorden kiest, kwamen al eerder bij me binnen. Maar vandaag raken ze een gevoelige snaar. Op het moment dat meneer vertelt dat een houten plaat op een van de kamers waar hij afgelopen weken verbleef 36 schroefjes telde en dat het spinnetje -wat hem als het ware iedere nacht begroette- zijn enige afleiding was, wist ik dat ik namens hem zijn verhaal wilde vertellen. Ik neem jullie graag mee naar de nachtmerrie die corona heet en waarin Piet Demarteau zich afgelopen maanden bevond. En nog steeds in zit, al gaat het de goede kant op.

Buiten vermoeidheidsklachten is meneer niet eens echt ziek geweest, wel lusteloos. Waar hij normaal meteen in actie kwam als er iets moest gebeuren, zo liet hij nu dingen liggen. Ook sliep hij niet al te best en voelde zich wat onrustig. Het deed meneer terugdenken aan de tijd waarin hij een hartinfarct doormaakte, maar zelf dacht hij aan een griepje ‘of zo’.
28 Februari bleek het echter goed mis. Zijn dochter bracht hem naar het ziekenhuis, waar hij rechtstreeks op de Intensive Care belandde. Nog voor hij daar goed en wel aankwam, ging het licht uit. Meneer herinnert zich hier niets meer van. Vanuit Roermond werd meneer overgeplaatst naar Frankfurt, waar hij 4 weken aan de beademing lag en buiten kennis was.
Wanneer hij ontwaakt is hij volledig gedesoriënteerd en ligt -letterlijk- vastgebonden in bed. Helder denken is nog een hele opgave en het ontnemen van zijn bewegingsvrijheid zorgt voor een allesoverheersende onrust, angst en opstandigheid. Hij gunt het zijn ergste vijand nog niet, zo zou hij mij later vertellen. Ik kan het me zonder moeite voorstellen. Het Frankfurts accent is praktisch onverstaanbaar, terwijl meneer best een aardig woordje Duits verstaat. Maar gelukkig kwam daar de Nederlandse hulpverlener, die tekst en uitleg geeft. Het hoe en waarom van zijn vrijheidsbeperking werd hem nu duidelijk en zorgt voor wat rust in zijn hoofd. Daarna gaat het snel de goede kant op en binnen korte tijd kan hij weer vrij bewegen. Dit houdt in dat hij zijn armen een beetje kan oplichten, want meneer is totaal verzwakt. Er volgt wat minimaal contact met het thuisfront via de verpleging. Een keer een skypegesprek en 2 keer bellen, meer zat er niet in. Ontzettend onnatuurlijk…
De dag dat hij met 3 man personeel inclusief alle toeters en bellen naar buiten mocht, staat hem in het geheugen gegrift. Wat een verademing! Het ijsje wat hij krijgt voelt als een waar feestmaal. Verder is eigenlijk alles wat hij proeft zout en zonder smaak. De parenterale voeding (via een infuus in een grote ader) die zorgt voor voldoende calorieën om weer aan te sterken is pure noodzaak, want eetlust is nog ver te zoeken en zelfstandig eten is er ook nog niet bij. Het ontbijt begint, naast de infusen die hij nog heeft, met 13 pillen, twee capsules en 3 poeders. Daar kríjg je natuurlijk ook geen eetlust van!
Aansterken valt sowieso niet mee, bedenkende dat hij iedere twee uur gewekt wordt voor een nieuw infuus en het meten van controles. Kortom, het is niet te doen.
De 7e week van zijn ziekteproces gaat meneer dan eindelijk terug naar Roermond. Het voelt als een veilige haven en zorgt voor een enorme opluchting. Verder is hij fysiek nog tot niets in staat en doodmoe. Toch genoot hij van de heerlijke maaltijd die hij die eerste dag, met hulp, krijgt.

En dan slaat na een paar dagen de verveling toe. De muren kwamen op hem af en er komen allerlei herinneringen van vroeger boven. Meneer begint stopcontacten te tellen en de eerder genoemde schroeven. Gedachtes dringen zich voortdurend op. Herinneringen combineren zich met hallucinaties. Die laatste nemen hem mee naar de maan en laten hem zijn beste vriend ontmoeten, die jaren geleden overleden is. Levendig echt ervaart hij alles, maar als hij zijn vriend de hand wil schudden, beseft hij dat hij door zijn brein wordt beetgenomen. Het was een zeer intense ervaring. Net als het gegeven dat hij keeper van het Nederlands elftal was, haha. De herinneringen aan vroeger zijn ook mooi. Zo lijkt de aankoop van zijn eerste hondje bijvoorbeeld ineens als de dag van gisteren. Inclusief de namen van toenmalige buren en dergelijke.

Maar ook zijn de emoties heftig, zeer heftig. Het besef wat er allemaal gebeurd is en gebeurd had kunnen zijn, druppelt langzaam bij hem binnen. Het weerzien met zijn dochter, die ook in de zorg werkt, is erg emotioneel. Gelukkig treft meneer een psycholoog die hem een flinke duw in de goede richting geeft. Vol goede moed en een eerste lekkere douchebeurt verder vertrekt meneer dan, op 28 april, eindelijk naar Adelante om te gaan revalideren. Na wekenlang het gevoel te hebben gehad dat hij in een gevangenis zat, is de kamer met uitzicht een verademing. Langzaamaan kan hij zijn eigen regie weer pakken en klimt met kleine stapjes uit het diepe dal waarin hij terecht is gekomen. Alles moet weer worden aangeleerd. Zelfverzorging, toiletgang, lopen. En dan ook nog onder begeleiding van zuurstof natuurlijk, want daar kon hij nog niet zonder. Als ik meneer een dag voor zijn klinische ontslag nog spreek, gebruikt hij alleen nog zuurstof bij inspanning. Het is mooi geweest. Na 3 maanden kan hij dan eín-de-lijk weer naar huis, waar hij verder gaat werken aan zijn herstel.

Ik wens hem het aller- allerbeste!!

Door: Ellis Bodifée, werkzaam als MBO-verpleegkundige bij Adelante Zorggroep te Hoensbroek. Volwassenenrevalidatie op afdeling ‘Amputatie, traumatologie, orthopedie en cardiologie’.

Klik hier om de online blog-pagina van Ellis te bezoeken over haar werk als verpleegkundige.