Orale antibiotica geassocieerd met verhoogd risico op dikkedarmkanker maar lagere kans op endeldarmkanker

Een groot observationeel epidemiologisch onderzoek naar een mogelijk verband tussen het gebruik van orale antibiotica en colorectale kanker heeft uiteenlopende resultaten opgeleverd. Die wijzen er namelijk op dat de kans op dikkedarmkanker toeneemt, terwijl het risico op endeldarmkanker juist verlaagd lijkt. De uitkomsten van het onderzoek zijn verschenen in Gut microbiota. De auteurs van het artikel denken dat de heterogeniteit te maken heeft met verschillen in de darmflora en de mechanismes die een rol spelen bij het ontstaan van tumoren in de verschillende delen van de darmen.

Het wijdverspreide gebruik van antibiotica zorgt ervoor dat de effecten ervan op de darmflora mogelijk wezenlijke impact hebben op de volksgezondheid. Het is bekend dat antibiotica de structuur van de darmflora beïnvloeden en de integriteit van de darmwand aantast. Bovendien zorgen ze ervoor dat ziekteverwekkers zich kunnen nestelen en daarmee ook eventuele carcinogene bacteriën, wat kan leiden tot tumorformatie.

Wetenschappers hebben nu gegevens uit ’s werelds grootste eerstelijnsdatabase gebruikt om de associatie tussen antibioticagebruik en colorectale kanker uit te diepen. Ze hebben gekeken of orale antibiotica gericht op de darmflora geassocieerd zijn met vorming en progressie van colorectale kanker. Bovendien onderzochten ze of deze effecten verschilden per gedeelte van de dikke darm.

Ze selecteerden 28.980 dikkedarmkanker-casussen en 137.077 controle-casussen en vergeleken het orale antibioticagebruik in beide groepen. Antibiotica werden gecategoriseerd op basis van hun effect op aerobe of anaerobe organismes en hun geneesmiddelklasse (cefalosporines, macrolides, penicillines, etc.). Ook werd gekeken naar de duur van het gebruik: 0 dagen (controle), 1-15 dagen, 16-30 dagen, 31-60 dagen of > 60 dagen. In hun analyses wogen ze bekende risicofactoren als BMI, roken en alcoholgebruik mee.

De onderzoekers vonden een associatie tussen oraal antibioticagebruik en een verhoogd risico op dikkedarmkanker (p < 0,001), waarbij het risico toenam naar gelang de duur van het antibioticagebruik langer werd. Het risico was het grootst voor het proximale gedeelte en bij antibiotica met een anti-anaerobe werking. In tegenstelling tot deze vondsten, bleek er ook een associatie tussen antibioticagebruik en een verlaagd risico op endeldarmkanker (p = 0,003), vooral bij langdurig (> 60 dagen) gebruik. Het verhoogde risico op dikkedarmkanker bleek vooral geassocieerd met penicillines, terwijl de lagere kans op endeldarmkanker gerelateerd was aan tetracyclines.

Het antibiotica-gerelateerde risico op darmkanker lijkt dus per gedeelte van de darm en per type antibioticum te verschillen. Volgens de onderzoekers is dit consistent met de verschillende mechanismes die een rol spelen bij tumorontwikkeling en -groei in de verschillende delen van de darmen. Meer onderzoek is nodig om vast te stellen of antibioticagebruik ook echt een directe oorzaak is voor darmkanker, of dat het meer een bijrol speelt.

Geschreven door: Frans Corthals

Referentie: Zhang J, et al. Gut 2019;0:1-8.