“Nee sorry hoor, jouw drama kan ik er niet bij hebben”

Yvonne werkt ruim een jaar als medisch specialist wanneer er middenin de nacht – totaal onverwacht – een patiënt overlijdt. Als eindverantwoordelijke van dat moment handelt ze doortastend, heeft oog en oor voor de andere zorgverleners en maakt de volgende dag melding van het gebeuren. Yvonne krijgt veel waardering van haar oudere collega’s. Als jongste van de vakgroep heeft ze haar hoofd koel weten te houden in een voor alle betrokkenen traumatische situatie.

Yvonne krijgt peer support om dit voorval te verwerken. Dat lukt, maar ze voelt zich kwetsbaarder dan voorheen en twijfelt soms of het vak wel bij haar past. Haar zelfvertrouwen heeft een knauw gekregen. Maar ze snapt ook echt wel dat dit nu eenmaal kan gebeuren en dat het niet de laatste keer zal zijn dat ze iets heftigs meemaakt. Yvonne besluit er een leerervaring van te maken. Hoe gaan haar oudere collega’s om met de narigheid en het verdriet dat je als arts hoe dan ook tegenkomt? Hoe gaan ze om met de enorme verantwoordelijkheid die bij het vak hoort? En voelen zij zich ook nog weleens onzeker of kwetsbaar? Wanneer ze informeert naar hun ervaringen krijgt ze reacties als:

“Nee sorry hoor, jouw drama kan ik er niet bij hebben.”
”Je komt er wel, je doet het goed. En dit hoort er nu eenmaal bij.”
“Laat het toch van je afglijden en bedenk, fijn dat ik het heb meegemaakt, want het is leerzaam.”

Met elkaar kun je meer dragen
Verder dan dit komen de gesprekken niet. Yvonne snapt deze afwerende houding niet en voelt zich in de kou staan. “Hoe kan ik tot ze doordringen? Ik vind het nodig om dit soort situaties onderling te kunnen bespreken. Nu komt alle ondersteuning van buiten mijn eigen vakgroep. Er wordt veel gesproken over burn-outpreventie en dergelijke, maar zou samen praten ook niet een goed idee zijn? Ik denk dat we met elkaar veel meer kunnen dragen dan ieder voor zich.”

Yvonne is niet de eerste dokter die over haar gevoel van kwetsbaarheid probeert te spreken. En ze is ook niet de eerste die vervolgens de kous op de kop krijgt. Vroeger was je inderdaad een goede dokter als je je kon afsluiten voor emoties. En als dat is wat je geleerd hebt, dan is dat wat je overdraagt op jongere generaties. Zonder rolmodellen die het anders doen, lijkt het of je de enige bent die zich kwetsbaar voelt in de confrontatie met menselijk leed.

‘Bij een dokter passend gedrag’
Tijdens je studie en opleidingstijd word je vooral aangesproken op je ratio, je cognitie, je denkvermogen. Misschien heb je zelfs te horen gekregen dat je wordt opgeleid ‘opdat er tegen u opgekeken wordt’. Je vergaart medische kennis, leert technische vaardigheden en ontwikkelt in de eindfase ‘bij een dokter passend’ gedrag. Dat laatste gaat overigens voor een groot deel onbewust; zo is het bekend dat dokters in opleiding al binnen enkele weken het gedrag van hun opleiders overnemen.

Het oude beeld van de koele alwetende dokter die onaangedaan door het leven gaat, is natuurlijk onzinnig. Je hebt nu eenmaal te maken met patiënten die angstig, verdrietig, wanhopig of boos zijn. En daarnaast heb je nog je eigen emoties. Misschien voel je je soms eenzaam binnen de vakgroep? Ben je soms bang om fouten te maken? Hoe je hiermee om gaat wordt onder meer bepaald door je opvoeders en opleiders. Maar het taboe op kwetsbaarheid is nog steeds groot, en gaandeweg ontwikkel je strategieën – bewust of onbewust – die voor jou het beste lijken te werken.

Longarts Sander de Hosson schrijft er in zijn bundel Slotcouplet dit over:
“Werken in de zorg […] vereist een hoge mate van emotioneel incasseringsvermogen. Het is een voorwaarde die je onmogelijk kunt missen als je begint aan een dergelijk vak. Maar het feit dat je weet waar je voor kiest, neemt niet weg dat blijvende reflectie op je emoties een integraal onderdeel uitmaakt van goed hulpverlenerschap. De deur van het ziekenhuis kan onmogelijk een grens zijn waar je stopt na te denken over je eigen emoties omdat dat niet hoort of ‘niet professioneel’ zou zijn. Sterker nog, ik weet zeker dat het mij zou schaden als ik niet de tijd nam om mijn emoties een plek te geven.”

En jij, wat doe jij met jouw emoties?

Bron: de hele dokter