“Wat jij doet, dat willen we stiekem allemaal”

Jaap besluit om na ruim tien jaar het ziekenhuis te verlaten. Hij kan niet één reden noemen voor zijn besluit, het is een combinatie van dingen. Hij voelt zich als dokter niet langer gelukkig in zijn werk: te veel administratie en te weinig tijd voor zijn patiënten. Ook is de vakgroep na de fusie zo groot geworden dat hij nog maar weinig persoonlijke binding met zijn collega’s ervaart. Zijn beste maat is een jaar geleden vertrokken en ook deze was er ‘klaar mee’. Jaap vraagt zich regelmatig af of dit het werk is dat hij de rest van zijn leven wil blijven doen. Wanneer Jaaps vertrek bekend wordt, neemt een specialist uit een andere vakgroep – iemand die hij nauwelijks kent – hem in het voorbijgaan apart. Hij zegt: “Dat wat jij doet, Jaap, dat willen we stiekem allemaal.”

Er is veel aan de hand in de medische wereld. Of je nu beginnend huisarts bent of al jarenlang werkzaam als medisch specialist, werken als dokter in een sterk veranderende en complexe omgeving vraagt veel van een mens. Het is dan niet zo moeilijk om je energie, werkplezier en motivatie beetje bij beetje kwijt te raken. En dat kan, als je er niet alert op bent, leiden tot stress, frustraties, conflicten, onbegrip en tijdelijke of permanente uitval. Dit proces verloopt bijna ongemerkt. Je bent immers druk bezig om overeind te blijven in de dagelijkse hectiek.

Dan had je maar een ander vak moeten kiezen

Dokters omschrijven zichzelf als ambitieus en gedreven: ‘harde werkers met een groot arbeidsethos’. De lat ligt hoog, zowel voor zichzelf als voor anderen. Dus, fouten maken mag niet en je onzekerheid laten zien is ronduit een zwaktebod. En je bent niet zo goed in nee zeggen. ‘Hup, doorgaan, niet zeuren en gewoon doen waar je goed in bent.’ Rationaliseren en bagatelliseren wordt een gewoonte. Je trekt niet snel aan de bel, al helemaal niet als je denkt daarmee je baan of opleidingsplaats in gevaar te brengen. Bovendien, als jij uitvalt belast je jouw collega’s. En die hebben het al zo druk.

In theorie begrijpt iedereen dat als je goed voor jezelf zorgt, je beter voor je patiënten kunt zorgen. Maar in de dagelijkse praktijk is er maar weinig ruimte voor zelfzorg en het laten zien van je eigen kwetsbaarheid. Een beetje dokter maakt geen fouten en laten zien dat je af en toe onzeker bent, is ‘not done’. Al met al is er in het doktersvak sprake van een nogal ongezonde prestatiecultuur – ‘dan had je maar een ander vak moeten kiezen, je wist waar je aan begon’ – die je niet in je eentje kunt doorbreken.

Conservatieve wereld met stevige hiërarchie

De medische beroepsgroep is van oudsher een kleine conservatieve wereld met stevige gebruiken en hiërarchie. Dokters leiden dokters op in een meester-gezelrelatie en dat zorgt ervoor dat veranderingen binnen de sector relatief langzaam gaan. Niet vakinhoudelijk, daar zijn de ontwikkelingen nauwelijks bij te benen. Maar de zogenoemde ‘softe’ zaken, zoals het werkklimaat of de persoonlijke ontwikkeling van dokters, zijn lang buiten beeld gebleven van de gevestigde medische orde.

De laatste jaren is er gelukkig veel meer aandacht voor het fysieke, mentale en emotionele welzijn van de zorgverlener. Steeds meer jonge dokters én gevestigde specialisten laten van zich horen. Ze doen dat zowel op persoonlijke titel als in collectief verband. Ze vragen aandacht voor een veilig opleidings- en werkklimaat, voor burn-outpreventie en voor de mens in de witte jas. Dat is volkomen terecht, omdat de druk op dokters alleen maar verder toeneemt. Druk vanuit de overheid, zorgverzekeraars, patiëntenverenigingen en de eigen beroepsgroep die vraagt dat je voldoende produceert en publiceert. Je hebt als dokter in de 21e eeuw niet meer genoeg aan alleen je medisch-inhoudelijke kennis en kunde: aanvullende vaardigheden en competenties zijn heel hard nodig.

Dat is natuurlijk geen taak voor individuele dokters. Hier ligt een grote uitdaging voor de medische faculteiten, voor wetenschappelijke verenigingen, voor beroepsorganisaties en zorginstellingen. Dat betekent natuurlijk niet dat je als individuele dokter maar machteloos moet toekijken totdat er iets verandert. En ondertussen maar hopen dat je zelf niet omvalt.

Verander jouw wereld, begin bij jezelf

Want gelukkig zijn er altijd zaken waar je als individuele dokter, in meer of mindere mate, wél invloed op hebt. Zoals de manier waarop je met bepaalde omstandigheden, mensen of gebeurtenissen omgaat. Dat ligt binnen je eigen invloedssfeer, als je maar zou weten hoe.

Bron: de hele dokter