Vervette donorlevers opknappen voor transplantatie

Kan een vervette donorlever, die ongeschikt geacht wordt voor transplantatie, met behulp van hyperthermie en machineperfusie dusdanig geoptimaliseerd worden, zodat deze toch veilig gebruikt kan worden? Dit gaat dr. Vincent de Meijer, (levertransplantatie)chirurg in het UMC Groningen, onderzoeken. Hij heeft hiervoor een Veni-beurs van NWO ontvangen.

Steeds vaker bevatten donorlevers te veel vet waardoor een aanzienlijk deel ongeschikt is voor transplantatie. Deze vervette levers hebben een verhoogd risico op falen na de transplantatie, omdat ze kwetsbaarder zijn tijdens de opslag in de kou. Ook kunnen vervette levers slecht tegen de ischemie-reperfusieschade die optreedt tijdens de transplantatie. Deze processen wil De Meijer gaan verbeteren voorafgaand aan de transplantatie.
De onderzoeksgroep uit Groningen heeft jarenlange ervaring met dynamische preservatie van donorlevers met behulp van machineperfusie. In het onderzoek van De Meijer wil hij een belangrijke vervolgstap maken. Het doel is om met behulp van een milde verhoging van de perfusietemperatuur vervette levers te preconditioneren om ze weerbaar te maken tegen de riskante ischemie-reperfusieschade.

De Meijer: “Ik wil onderzoeken hoe levers reageren op een milde temperatuursverhoging van een paar uur en of dit resulteert in een minder grote ontstekingsreactie van de donorlever na reperfusie. Uit mijn pilotdata komt onder andere naar voren dat milde temperatuursverhoging het metabolisme kan aanjagen met 40 tot 50 %. Een ander resultaat uit mijn pilotdata is dat door hyperthermie vasodilatatie ontstaat. Ik hoop dat hierdoor de microcirculatie van de lever, die normaal gesproken dichtgedrukt wordt door de vetcellen in de hepatocyten, beter van zuurstof wordt voorzien en dat de lever daardoor beter gepreserveerd wordt voorafgaand aan de transplantatie.”

Drietrapsraket

De Meijer begint zijn onderzoek met het transplanteren van vervette rattenlevers. Vervolgens gaat hij het proces toepassen bij varkenslevers, waarna hij het gaat uitvoeren op humane vervette levers die ongeschikt zijn voor transplantatie, maar die wel voor research ter beschikking zijn gesteld. Door de ene helft van de lever op normale temperatuur te brengen en het andere deel middels hyperthermie te verwarmen, zijn veel minder levers nodig, omdat de ene helft dus de controle vormt.

Nummer één indicatie

“Het is belangrijk om continu te blijven innoveren”, aldus De Meijer. “De levensverwachting blijft toenemen, mensen worden zwaarder en de wachtlijst voor donorlevers blijft groeien.” Op dit moment heeft zo’n 25 % van de wereldwijde bevolking een bepaalde mate van leververvetting, daarmee is leververvetting de meest dreigende indicatie voor levertransplantaties. Het ligt in de lijn der verwachting dat leververvetting de komende jaren de nummer één indicatie wordt voor levertransplantatie. De mortaliteit op de wachtlijst door schaarste is nog steeds ongeveer 20 %. De Meijer: “In 2017 waren in Nederland 236 donorlevers beschikbaar voor transplantatie, waarvan er uiteindelijk 161 werden getransplanteerd. Dat betekent dat ongeveer een derde van de levers niet kon worden gebruikt. Dat waren er vijfenzeventig in Nederland, en dat betekent honderden in Europa. Als je donorlevers kunt opknappen en verbeteren en je kunt daar de helft van redden, dan zou het toch fantastisch zijn dat je in één klap een aanzienlijk deel van het tekort aan donorlevers oplost.”

Toekomst

“Als deze experimentele techniek blijkt te werken, verwacht ik dat het binnen vijf tot tien jaar in de kliniek zal kunnen worden toegepast”, aldus De Meijer. “Door continue technische innovaties proberen we donorlevers te testen en te verbeteren. De techniek van dynamische preservatie met machineperfusie kan in de toekomst potentieel gebruikt worden om medicijnen te testen, bijvoorbeeld medicijnen die bepaalde processen in de lever aanjagen en die kunnen beschermen tegen ischemie-reperfusieschade. Ook biedt het mogelijkheden voor stamceltherapie of andere manieren om de leverregeneratie te versnellen. In het UMC Groningen beschikken wij over de infrastructuur om levers op te knappen, wij lopen daarin voorop. We zoeken continu de grenzen op van wat veilig en mogelijk is.”

Geschreven door: Iris Vermeulen