“Maak meer geld beschikbaar voor vrij speurwerk”

Tot zo’n veertig, vijftig jaar geleden leek er een bijna onuitputtelijke bron van geld vanuit de overheid beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek, wat niet altijd leidde tot een nuttige besteding van deze gelden. Daarna is deze vaste inkomstenstroom voor universiteiten en onderzoeksinstituten aan banden gelegd en ontkomt een wetenschappelijk onderzoeker niet aan het schrijven van subsidieaanvragen voor onderzoeksprojecten. Ook dr. Jaap Kwekkeboom, onderzoeker in het Erasmus MC, heeft hier veel mee te maken. Maar kan het huidige proces niet efficiënter? En zou het wetenschappelijk onderzoek kunnen bestaan zonder subsidieaanvragen? Dr. Kwekkeboom gaat vanuit zijn expertise in op deze vragen.

Het geld voor de financiering van wetenschappelijk onderzoek kan uit verschillende bronnen komen, legt Kwekkeboom uit: de Europese of nationale overheid (bijvoorbeeld NWO of de topsectoren), het eigen onderzoeksinstituut (interne financieringsrondes), charitatieve fondsen als KWF Kankerbestrijding, en het bedrijfsleven. Voor het kankeronderzoek zijn dit veelal farmaceutische en biotechnologische bedrijven. “Een mooi voorbeeld uit mijn eigen carrière is een onderzoeksproject dat volledig is gefinancierd door Pfizer.” Zijn onderzoeksgroep werd een aantal jaar geleden door onderzoekers van Pfizer benaderd voor samenwerking. “Dit was naar aanleiding van ons eerste artikel over het effect van targeting van GITR en CTLA4 op de suppressieve functie van regulatoire T-cellen in levertumoren. Op dat moment waren zij ook bezig met het ontwikkelen en testen van antistoffen tegen GITR, maar hadden alleen de beschikking over tumoren vanuit muismodellen. Zij waren zeer geïnteresseerd in onze assays met T-cellen afkomstig uit humane tumoren. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een driejarig onderzoeksproject dat volledig gefinancierd werd door Pfizer. We plukken nog steeds de vruchten van deze samenwerking, het was erg dynamisch en leuk, mede door de contacten met de toponderzoekers die bij Pfizer werken.”

Privaat-publieke samenwerking

“De topsectoren, waaronder de topsector Life Sciences & Health, zijn ongeveer vijf à tien jaar geleden opgezet door het ministerie van Economische Zaken”, vertelt Kwekkeboom, “en subsidiëren privaat-publieke samenwerking.” Subsidieaanvragen voor de topsector worden door onderzoekers van onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven samen geschreven. Wanneer de aanvraag gehonoreerd wordt door de topsector, dragen zowel het bedrijf als het onderzoeksinstituut en de overheid bij aan de financiering van het project. Kwekkeboom: “Dit is volgens mij een verstandige stap van de overheid geweest. De samenwerking met het bedrijfsleven verhoogt de kans dat de resultaten van het onderzoek toegepast zullen gaan worden in de geneeskunde. Je ziet nu dat ook de charitatieve fondsen dit soort constructies op gaan zetten.”

Lage honoreringskans

Een van de eisen die de topsector stelt aan een subsidieaanvraag is een goede beschrijving van de economische en maatschappelijke meerwaarde van een onderzoeksproject. “Daarnaast geldt eigenlijk voor alle fondsen dat het voorstel innovatief en begrijpelijk moet zijn, en dat de beoordelingscommissie ervan overtuigd moet zijn dat jouw expertise en die van je onderzoeksgroep je in staat stelt het onderzoek succesvol uit te voeren. De aanvraag dient dan ook het vooronderzoek te beschrijven dat je uitgevoerd hebt, en jouw belangrijkste publicaties op het betreffende onderzoeksgebied te bevatten. Deze eisen hebben als voordeel dat je bij het schrijven van een subsidieaanvraag gedwongen wordt goed na te denken over het doel, de methodologie en de haalbaarheid van je onderzoek”, zegt Kwekkeboom. Een nadeel van deze manier van financieren is echter de lage honoreringskans bij elk van de fondsen. “Deze ligt tussen de 10 en 30%. Dit kan betekenen dat wel 90% van je aanvragen wordt afgewezen! Het gevolg is, en dat doe ik zelf ook, dat onderzoekers hun aanvragen bij meerdere fondsen indienen. Helaas is het in te vullen format voor de aanvraag bij iedere financier anders en stelt elke financier net weer andere eisen. Zo legt het ene fonds meer de nadruk op de wetenschappelijke onderbouwing, het andere fonds meer op de economische en maatschappelijke waarde en weer een ander eist een zo uitgebreid mogelijk vooronderzoek. Dit betekent dat je heel veel tijd – meer dan in mijn ogen nodig is – kwijt bent aan het schrijven van de aanvragen.” Kwekkeboom denkt echter niet dat hier een kant-en-klare oplossing voor is, al zouden eenzelfde format bij ieder fonds en wat eenduidiger eisen voor de aanvraag volgens hem al flink helpen.

Vrij speurwerk

Hoewel Kwekkeboom niet denkt dat wetenschappelijk onderzoek kan bestaan zonder deze subsidieaanvragen – en hij hier ook zeker de voordelen van inziet – ziet hij graag meer ruimte voor ‘vrij speurwerk’. “In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er heel veel geld beschikbaar bij universiteiten en onderzoeksinstituten voor wetenschappelijk onderzoek. Het voordeel hiervan was dat wetenschappers nieuwsgierigheidsgedreven fundamenteel onderzoek konden doen. Het nadeel was echter dat de prestatiedruk voor wetenschappers erg laag was, een deel presteerde daardoor echt onder de maat.” De huidige manier van financieren legt een grotere prestatiedruk op het onderzoek en de wetenschappers, wat de output (in termen van aantallen publicaties) ten goede komt, maar volgens Kwekkeboom te weinig ruimte biedt voor dat nieuwsgierigheidsgedreven vrije speurwerk. “Terwijl dit juist tot grote doorbraken heeft geleid. Een mooi voorbeeld hiervan is het onderzoek van James Allison en Tasuko Honjo die in 2018 de Nobelprijs voor Geneeskunde of Fysiologie kregen voor hun ontdekkingen. De checkpoints die wij nu gebruiken voor immuuntherapie bij kanker (CTLA4 en PD-1) zijn ontdekt in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw door onderzoekers die puur geïnteresseerd waren in basale immunologische processen. Allison en Honjo hadden er toen geen idee van dat hun ontdekkingen zouden leiden tot de doorbraken bij de behandeling van kanker zoals we die nu zien. Ik wil er toch graag voor pleiten dat dit soort vrij speurwerk meer mogelijk wordt gemaakt.”

Geschreven door: Bianca Hagenaars