Doktersassistente: ‘Een bloedneus en hyperventilatie’

Casper, 11 jaar, komt binnenrennen met zijn handen vol met papieren zakdoekje die doorweekt zijn met bloed. Achter hem aan komt zijn moeder, ze ziet spierwit! 
“Eveline, help, zijn neus bloedt zo verschrikkelijk, ik weet niet wat ik moet doen.”

Ik neem Casper en moeder mee naar een spreekkamer, zet Casper op een stoel, trek handschoenen aan en pak de doekjes van hem aan. Hij is zelf heel rustig, dit in tegenstelling tot zijn moeder. Hij vertelt dat hij nog nooit een bloedneus heeft gehad en dat het nu spontaan ontstaan is. Geen klap op zijn neus of gevallen of iets. Hij is ook niet ziek of ziek geweest en voelt zich prima. Ik geef hem doekjes om goed uit te snuiten en laat hem dan zien hoe hij 10 minuten in schrijvershouding moet zitten met zijn neus dichtgeknepen net onder het bot. Ik zet een alarm voor over 10 minuten en leg ondertussen aan hem uit dat die 10 minuten belangrijk zijn om een stolsel te creëeren en dat hij niet tussendoor even moet kijken of het al gestopt is.

Hij doet netjes wat ik zeg en kijkt me ondertussen met glimogen aan. “Lekker beroep heb jij, met al dat bloed”, zegt hij. Ik lach en zeg: “En dan weet je de helft nog niet, dit is nog schoon hoor vergeleken bij andere dingen!” 😉

De moeder van Casper ziet zo mogelijk nog witter dan toen ze binnenkwam en is aan het hyperventileren. Ze kijkt me bang aan. Ik leg uit dat ze waarschijnlijk aan het hyperventileren is door de spanning (“Ja, ik kan echt niet tegen bloed”, zegt ze) en dat dat weer overgaat. Ze zegt zich benauwd te voelen en duizelig. Dat kan ik me goed voorstellen! Ik meet haar saturatie (zuurstof in het bloed), die is 100%. Ik geef haar een hyperfree waar ze in kan ademen.

10 minuten later is Casper klaar met het dichtknijpen van zijn neus en wanneer hij loslaat is het bloeden gestopt!

Zijn moeder haalt inmiddels rustig adem en geeft me de hyperfree terug. Ze is nog steeds duizelig, maar verder voelt ze zich al een stuk beter. Ik controleer de saturatie, polsfrequentie, ademhalingsfrequentie en bloeddruk en vraag de huisarts even mee te kijken. Ik had haar al ingeseind toen ze net binnenkwam en aan het hyperventileren was, en nu komt ze even hart en longen luisteren en de controles die ik gedaan heb bekijken zodat ze kan beoordelen of mevrouw naar huis kan of dat we nog onderzoek moeten laten doen. Alles is helemaal goed, en onze eerste gedachte dat het hyperventilatie door de spanning is, lijkt bevestigd.

De huisarts gaat verder met haar spreekuur en ik maak nog even een praatje met Casper over zijn bloedneus en ook met zijn moeder over wat haar ineens overkomen is.

Casper zegt dat hij me voortaan niet meer lastig zal vallen met een bloedneus, en dat hoeft van mij ook niet, tenzij hij nu ineens vaak bloedneuzen gaat krijgen. Zijn moeder is een beetje wazig nog en krijgt het allemaal niet zo mee. Ik zeg haar dat ze bij vragen vooral moet bellen.

Dit was een week geleden. Gisteren belde ze me, huilend. Ze is na vorige week bang dat ze het aan haar hart heeft en vraagt of ze bij me langs mag komen. Ik heb liever dat ze met zulke angsten naar de huisarts gaat, zij weet waar ze op moet letten en kan inschatten of er echt aanwijzingen zijn om aan hartproblemen te denken en of en welke actie er moet worden ondernomen.

Ik heb een afspraak voor die middag gemaakt. De huisarts ziet geen aanwijzingen voor hartproblemen, ze heeft nogmaals uitgelegd waar de hyperventilatie vandaan kwam en wat het is. Bij blijvende angst moet ze terugkomen, dan moet daar misschien wat mee gedaan worden.

Geschreven door: Doktersassistente Eveline Schrijft