Nocebo-effect biosimilars bij IBD-patiënten

Steeds meer patiënten met inflammatoire darmziekten (IBD) worden behandeld met biosimilars. Met de opkomst van deze groep geneesmiddelen komt ook het nocebo-effect om de hoek kijken. Een multidisciplinaire groep zorgprofessionals uit vijf Europese landen kwam daarom bijeen en formuleerde een lijst met aanbevelingen om het nocebo-effect bij IBD-patiënten te beteugelen. Vooral de relatie tussen patiënt en zorgprofessional is volgens de groep van belang voor de acceptatie van biosimilars door patiënten.

Het nocebo-effect, tegenhanger van het bekendere placebo-effect, is een negatief effect (bijwerking), van een medische behandeling dat wordt ingegeven door de verwachtingen van de patiënt. Een negatief beeld in de media kan hier bijvoorbeeld aan bijdragen. Het nocebo-effect is niet gerelateerd aan de fysiologische actie van de behandeling, maar kan desondanks de therapietrouw en kwaliteit van leven negatief beïnvloeden. Verschillende open label-studies hebben aangetoond dat patiënten eerder stopten met hun behandeling wanneer ze tussentijds wisselden van hetoriginele middel naar een biosimilar. Dit was vooral het gevolg van subjectieve klachten. Hoewel deze open label-studies geen studies waren met biosimilars voor de behandeling van IBD, is het ook bij deze aandoeningen aannemelijk dat het nocebo-effect een rol speelt. Omdat er op dit gebied nog geen praktische richtlijnen voor zorgprofessionals bestaan, sloeg een groep van negentien zorgprofessionals, bestaande uit onder andere MDL-artsen, farmaceuten, psychologen en verpleegkundigen, de handen ineen onder de naam NOCE-BIO Consensus Group.

Stellingen

Drie leden van de groep deden een uitgebreid literatuuronderzoek naar relevante publicaties over het nocebo-effect, op basis waarvan zij een aantal consensus-stellingen aandroegen. De gehele groep stemde daar vervolgens over en nam een stelling aan indien > 75% van de leden het ermee eens was. Ze beoordeelden bovendien de kwaliteit van het bewijs voor de stelling (hoog, gemiddeld, laag, zeer laag). Uit dit literatuuronderzoek bleek dat één studie liet zien dat het nocebo-effect voorkwam bij 12,9% van de IBD-patiënten die wisselden van behandeling met infliximab naar een infliximab biosimilar.

De auteurs bereikten overeenstemming over elf aanbevelingen. Deze aanbevelingen richten zich vooral op het belang van de zorgverlener- patiënt-relatie en de behoefte aan goede educatie voor beide partijen. Tenslotte concluderen de auteurs dat het nocebo-effect niet voldoende wordt erkend, ook al zou het een negatieve impact kunnen hebben op de kostenbesparing die het gebruik van biosimilars juist nastreeft. Verder onderzoek is nodig om de grootte van het nocebo-effect te bepalen, de risicofactoren, de impact, en hoe ermee om te gaan bij IBD-patiënten die worden behandeld met biosimilars.

Een aantal aanbevelingen om het nocebo-effect te verminderen:

  1. Zorgverleners dienen te zorgen voor een goede zorgverlener-patiënt-relatie. Dit is een belangrijke drijfveer voor de acceptatie van biosimilars.
  2. Zorgverleners dienen patiënten te informeren over de werking en veiligheid van biosmiliars.
  3. Positieve erkenning van zorgverleners over biosimilars kan het nocebo-effect verminderen.

Geschreven door: Frans Corthals