Een nieuwe behandeling voor chlamydia

Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening wereldwijd. De behandeling is redelijk eenvoudig, en bestaat uit het toedienen van antibiotica. Omdat resistentie tegen antibiotica een groeiend maatschappelijk probleem is, dat gevaar voor de algemene gezondheid vormt, wordt gezocht naar alternatieven voor antibiotica. Voor chlamydia lijkt dit alternatief te zijn gevonden. Onderzoekers ontwikkelden een vorm van gentherapie waarmee met een enkele dosis bij 65% van de mensen een chlamydia infectie voorkomen kan worden.

Chlamydia is een eenvoudig behandelbare infectie, waardoor onderschatting van de risico’s van een besmetting op de loer ligt. Omdat een chlamydia-infectie vaak symptoomloos verloopt, loopt een adequate behandeling geregeld vertraging op. Hierdoor ontstaat er een reëel risico op onvruchtbaarheid en andere reproductieve stoornissen.

De nieuwe behandelvorm pakt chlamydia-infecties tweeledig aan: door te voorkomen dat bacteriën de cellen in de tractus urogenitalis binnendringen, en door bacteriën die wel de celwand passeren te doden. Het nieuwe middel is gebaseerd op het gebruik van een klein interfererend ribonucleotide zuur (siRNA) dat zich richt op het PDGFR-bèta gen. Dit gen bevindt zich in de vrouwelijke tractus digestivus, en produceert een eiwit dat zich bindt aan chlamydia-bacteriën, waardoor celwandpassage mogelijk wordt. Het nieuwe middel, dat de onderzoekers een ‘nanomedicijn’ noemen, is zoals gezegd ontworpen om de expressie van PDGFR-bèta uit te schakelen waardoor chlamydia minder wordt gebonden aan eiwit en hierdoor moeilijker de urogenitale cellen kan binnendringen, maar ook om autofagie te activeren. Het autofagie proces laat geïnfecteerde cellen als het ware een bubbel vormen rondom de bacteriën waardoor deze te gronde gaan.

Op dit moment is de preventie-effectiviteit van het nanomedicijn PDFGFR-bèta nog niet 100% bij in vitro metingen. De onderzoekers leggen zich hierom in de nabije toekomst toe op het simultaan targeten van andere potentiele receptoren die een rol spelen bij chlamydia-infecties, zoals epithelial membrane protein 2 (EMP2). Het lijkt mogelijk om in het nieuwe nanomedicijn ook een tweede target in te sluiten, zoals siRNA die EMP2 target, of wellicht een anti-EMP2-antilichaam.
Er is nog flink werk aan de winkel, zo moet ook in vivo blijken dat het nanomedicijn effectief is. De onderzoekers zijn echter vol vertrouwen dat zij een waardig alternatief voor antibiotica hebben gevonden in de strijd tegen chlamydia.

Door: Judith Cohen

Bron: Yang S et al. Autophagy induction and PDGFR-b knockdown by siRNA-encapsulated nanoparticles reduce chlamydia trachomatis infection. Nature Scientific Reports 2019 (9),article 1306.

Link naar bronartikel

Tags: , , , , , ,