Doelgerichte therapie voor CLL effectiever en gemakkelijk in gebruik

Voor het eerst is ibrutinib, een doelgerichte therapie dat geregistreerd is voor patiënten met therapie-naïeve chronische lymfatische leukemie (CLL), vergeleken met chemo-immuuntherapie. Ibrutinib blijkt effectiever te zijn dan standaardtherapie bij ouderen met CLL. Een zeer interessante bevinding, temeer omdat ibrutinib eenmaal daags in orale vorm wordt toegediend en dus ook superieur is qua gebruiksgemak.

Ibrutinib was al geregistreerd voor gebruik bij therapie-naïeve CLL, maar om de positionering van het middel te bepalen ten opzichte van standaardtherapie was een nieuwe studie nodig.Woyach en collega’s verrichten hierom een fase 3 studie naar de effectiviteit van ibrutinib als monotherapie en in combinatie met rituximab vergeleken met chemo-immunotherapie. Zij includeerden therapie-naïeve patiënten met CLL van 65 jaar of ouder in de studie. Deelnemers werden 1:1:1 gerandomiseerd naar behandeling met bendamustine plus rituximab (A), ibrutinib (B) of ibrutinib plus rituximab (C).

In totaal werden 547 patiënten met CLL (67% man) uit 219 centra in de VS en Canada geïncludeerd in de studie. De mediane leeftijd bedroeg 71 jaar. Het geschatte percentage van patiënten met PFS na 2 jaar bedroeg 74% voor groep A, maar was hoger in groep B, namelijk 87% (HR voor progressie of overlijden bedroeg 0.39 (95%BI 0,26 – 0,58; p<0,001)). Ook groep C, patiënten behandeld met ibrutinib plus rituximab, liet een hoger percentage met PFS na 2 jaar zien, namelijk 88% (HR 0.38 (95%BI 0,25 – 0,59; p<0,001)). Er was geen significant verschil in PFS tussen ibrutinib monotherapie (B) en combinatietherapie (C) (HR 1.00; 95%BI 0,62-1,62; p=0,49). Ook werd geen significant verschil in algehele overleving gemeten tussen de groepen na een mediane periode van 38 maanden.
Het percentage van graad 3, 4 of 5 hematologische bijwerkingen was hoger bij therapie A (61%) dan bij B en C (41% en 39%). Niet-hematologische bijwerkingen werden het vaakst gezien bij therapie B en C (74%) en minder bij therapie A (63%).

De auteurs concluderen dat ibrutinib als behandeling voor therapie-naïeve CLL superieur is aan de standaardbehandeling wat betreft progressievrije overleving. Het combineren van ibrutinib met rituximab geeft geen additioneel voordeel. De auteurs pleiten ervoor dat ibrutinib de nieuwe standaardbehandeling moet worden voor ouderen met CLL. Dit concluderen zij op basis van de effectiviteit, maar een andere belangrijke factor hierbij is dat ibrutinib oraal eenmaal daags wordt toegediend, en dus vele malen gebruiksvriendelijker is ten opzichte van de 3x per maand infusies en injectie die de huidige standaardtherapie met zich meebrengt. De onderzoekers bestuderen nu of dezelfde resultaten behaald kunnen worden bij patiënten met CLL die jonger dan 65 jaar zijn.

Door: Judith Cohen

Bron: Woyach JA et al. Ibrutinib Regimens versus Chemoimmunotherapy in Older Patients with Untreated CLL. New Engl J Med 2018;379:2517-2528.

Link naar artikel

Tags: , , , , , ,