Patiënten met triple therapie antistolling lopen groot risico op ernstige bloedingen

Patiënten die voor atrium fibrilleren werden behandeld met triple therapie hadden meer ernstige bloedingen dan patiënten met duale therapie of monotherapie. Dit publiceerden van Rein en collega’s onlangs in Circulation. Deze bevindingen rechtvaardigen de waarschuwing om niet te licht te denken over triple therapie, in het bijzonder bij patiënten boven de 90 jaar of met een CHA2DS2-VASc score > 6.

In het algemeen worden patiënten met atriumfibrilleren behandeld met anticoagulantia, en in sommige gevallen wordt dit gecombineerd met trombocytenaggregatieremmers. Tot nu was er maar weinig bekend over het optreden van ernstige bloedingen bij combinatietherapie in de zogeheten ‘hoogrisico-groepen’, zoals ouderen of patiënten met een hoge CHA2DS2-VASc score.

De onderzoekers uit het LUMC verrichtten hierom in samenwerking met Deense onderzoekers analyses in een Deens nationaal cohort van patiënten met atriumfibrilleren. Patiënten waren 50 jaar of ouder, en de toegediende behandelingen konden uit het voorschrijfsysteem geëxtraheerd worden. Er werd gekeken naar de incidentie van ernstige bloedingen, die gedefinieerd waren als bloedingen waarvoor hospitalisatie nodig was of met de dood tot gevolg. Hazard ratio’s (HR) werden gestratificeerd voor behandelmodaliteit, leeftijd, CHA2DS2-VASc score en comorbiditeit.

Data van 272.315 patiënten werden onderzocht. De mediane leeftijd (interquartiel range) bedroeg 75 (67-83) jaar. Na een totale follow-up van 1.373.131 patiëntjaren werden 31.459 ernstige bloedingen geteld (incidentie 2.3/100 patiëntjaren, 95%BI 2.3-2.3/100 patiëntjaren). De incidentie van ernstige bloedingen na triple therapie lag beduidend hoger met 10.2/100 patiëntjaren. De hoogste incidenties werden gezien voor patiënten met triple therapie boven de 90 jaar oud (22.8/100 patiëntjaren), patiënten met een CHA2DS2-VASc score boven de 6 (17.6/100 patiëntjaren), en patiënten met een voorgeschiedenis van ernstige bloedingen (17.55/100 patiëntjaren).

Vergeleken met monotherapie met vitamine-K-antagonisten (VKA) bedroeg de HR voor duale therapie met 2 trombocytenaggregatieremmers 1.13 (95%BI 1.06-1.19). De HR voor de combinatie van een VKA met een trombocytenaggregatieremmer was 1.82 (95%BI 1.76-1.89), voor de combinatie van een DOAC met een trombocytenaggregatieremmer was dit 1.28 (95%BI 1.13-1.44), voor VKA triple therapie 3.73 (95%BI 3.23-4.31), en voor DOAC triple therapie 2.28 (95%BI 1.67-3.12). 

De onderzoekers laten hiermee zien dat voorzichtigheid geboden is bij het voorschrijven van triple therapie, met name bij patiënten ouder dan 90 jaar, een CHA2DS2-VASc score > 6 of met een voorgeschiedenis van ernstige bloedingen. De voordelen moeten zeer goed tegen de nadelen opgewogen worden, en er dient gestreefd te worden naar een zo kort mogelijke behandelduur met VKA en DOAC triple therapie.

Door: Judith Cohen

Bron: van Rein et al. Major Bleeding Rates in Atrial Fibrillation Patients on Single, Dual, or Triple Antithrombotic Therapy: Results from a Nationwide Danish Cohort Study. Circulation2018. Dec 5. Epub ahead of print

Link naar artikel

Tags: , , , , ,