Rituximab onderhoudstherapie verbetert de overleving bij mantelcellymfoom

De CD20-remmer rituximab heeft zijn effectiviteit en gunstige toxiciteitsprofiel bewezen bij de behandeling van verschillende B-cel lymfomen. De resultaten van de gerandomiseerde fase 3-LYMA-studie laten nu zien dat rituximab onderhoudstherapie vergeleken met observatie zowel de gebeurtenisvrije overleving als de progressievrije en algemene overleving verbetert bij patiënten die eerder met inductietherapie voor mantelcellymfoom werden behandeld.

 Mantelcellymfoom (MCL) is een B-cel non-hodgkinlymfoom gekenmerkt door een karakteristiek fenotype en de t(11;14) translocatie. Hoewel de respons op inductie immunochemotherapie plus autologe stamceltransplantatie (ASCT) hoog is, ontwikkelen vrijwel alle patiënten een recidief of progressieve ziekte. Dit suggereert dat er na inductietherapie sprake is van minimaal residuale ziekte. Onderhoudstherapie zou het risico op recidief of progressieve ziekte kunnen verkleinen.

De gerandomiseerde fase 3-LYMA-studie onderzocht de werkzaamheid en toxiciteit van rituximab onderhoudstherapie vergeleken met observatie na inductie immunochemotherapie (R-DHAP) plus door ASCT bij MCL-patiënten jonger dan 66 jaar. De primaire uitkomstmaat was de gebeurtenisvrije overleving (EFS) na ASCT waarbij een gebeurtenis is gedefinieerd als ziekteprogressie, recidief, overlijden, allergie voor rituximab of ernstige infectie.

Na vier kuren immunochemotherapie was het algemene responspercentage 89% en het complete responspercentage 77%. Na immunochemotherapie werden in totaal 257 patiënten getransplanteerd. Hiervan werden in totaal 120 patiënten gerandomiseerd naar onderhoudstherapie met rituximab en 120 patiënten naar observatie. De mediane follow-up na randomisatie was 50,2 maanden.

De EFS na vier jaar vanaf randomisatie was 79% versus 61% (p=0,001) in respectievelijk de rituximabarm en de observatiearm. De vierjaars progressievrije overleving was 83% in de rituximabarm en 64% in de observatiearm (p<0,001). Daarnaast was ook de vierjaars algemene overleving significant verbeterd na onderhoudstherapie met rituximab vergeleken met observatie: 89% versus 80% (HR 0,50; 95% BI 0,26-0,99; p=0,04).

Bron: The New England Journal of Medicine (Le Gouill, et al. N Engl J Med 2017;377:1250-60)

http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1701769

Door Robbert van der Voort