Veelbelovende activiteit PD-L1 remmers atezolizumab en durvalumab bij gevorderde hoofd-halskanker

Tijdens het ESMO 2017-congres in Madrid werden resultaten gepresenteerd van twee studies naar de veiligheid en respons op monotherapie met respectievelijk atezolizumab en durvalumab bij patiënten met terugkerend en/of uitgezaaid hoofd-halscarcinoom (R/M HNC). Beide middelen gaven een acceptabel veiligheidsprofiel, blijken goed te worden verdragen en er is sprake van bemoedigende responsen. De studies vormen een goede basis voor onderzoek naar toepassing in combinatiebehandelingen.

Atezolizumab

Rastislav Bahleda (Villejuif, Frankrijk) presenteerde de resultaten van een fase 1a veiligheids- en effectiviteitsstudie van azetolizumab bij R/M HNC.1 De eerste tien patiënten waren aselect, de volgende 22 geselecteerd op basis van PD-L1-status (≥5% expressie). Ook de status van humaan papillomavirus (HPV) werd vastgesteld. Van de 32 patiënten was 84% van het mannelijk geslacht en 66% had een ECOG performance status 1. De mediane leeftijd was 62 jaar, 66% rookte of had gerookt en 53% had tenminste twee verschillende behandelmodaliteiten ondergaan. De expressie van PD-L1 in tumor-infiltrerende immuuncellen was bij zeven patiënten lager dan 5% en bij 22 patiënten hoger dan 5%.

De patiënten kregen driewekelijks 15 of 20 mg/kg of 1200 mg azetolizumab voor een mediane duur van 3,4 maanden. Na een follow-up van ruim veertien maanden kon worden vastgesteld dat 66% behandelingsgerelateerde bijwerkingen had: 9% graad 3 (tumorlysissyndroom, hyponatremia, pruritus colitis) en 1% graad 4 (harttamponade). De objectieve respons was 22%, de mediane progressievrije overleving 2,6 maanden (range 0,5-48,4 maanden) en de mediane algehele overleving 6,0 maanden (range 0,5-51,6 maanden). De respons en overleving waren niet afhankelijk van HPV-of PD-L1-status.

Durvalumab

Dan Zandberg (Baltimore, Verenigde Staten) presenteerde de uitkomst van een internationale éénarmige fase 2-studie (HAWK) naar durvalumab als monotherapie bij 112 patiënten met de squameuze vorm van R/M HNC, die niet langer reageerden op platinumbevattende chemotherapie en bij wie bij meer dan 25% van de tumorcellen PD-L1-expressie was vastgesteld.2 De behandeling bestond uit tweewekelijks 10 mg/kg durvalumab gedurende twaalf maanden of tot progressie of staken van de behandeling om een andere reden (zoals onacceptabele toxiciteit). Het primaire eindpunt was objectieve respons, secundaire eindpunten waren ziektevrije en algehele overleving.

De mediane leeftijd was zestig jaar, 71,4% was van het mannelijk geslacht, 34% HPV-positief en 61,6% rookte of had gerookt. De mediane behandelduur en follow-up waren respectievelijk 3,45 en 5,96 maanden.

De objectieve respons was 13,5% (95% CI 7,8-21,3). Uitgesplitst naar HPV-positief of -negatief was dat respectievelijk 26,5% (95% CI 12,9-44,4) en 7,9% (95% CI 2,6-17,6). In totaal hadden 35 patiënten een stabiele-ziekteduur van acht weken of langer. De mediane ziektevrije overleving was 2,3 maanden (95% CI 1,9-3,7) en 34 patiënten waren op het tijdstip van data-analyse nog in leven. Bijwerkingen van van graad 3 of hoger (in geen van de gevallen fataal) werden bij 9,8% van de patiënten geconstateerd. De behandeling werd door 88 patiënten gestaakt: 65 vanwege ziekteprogressie en 10 vanwege bijwerkingen. Er lopen op dit moment twee fase 3-studies (EAGLE en KESTREL) die voor deze indicatie durvalumab monotherapie vergelijken met de combinatie met het tegen CTLA4 gerichte tremelimumab.

Door: Jan Hein van Dierendonck

Referenties:

  1. Bahleda R, et al. ESMO 2017; abstr 1044O.
  2. Zandberg D, et al. ESMO 2017; abstr 1042O.