Steeds meer huisartsen besteden organisatorisch werk uit

Voor meer rust en een betere praktijkvoering

P&O, financiën, kwaliteitszorg, managementtaken, ICT, huisvesting: elke huisarts heeft ermee te maken. Veel praktijken proberen dit soort zaken zelf te regelen, maar lopen tegen grenzen aan. Er komt zoveel werk op de huisarts af, dat alles zelf doen meer na- dan voordelen heeft. De trend van organisatorisch uitbesteden is ingezet.

Bij Lijn1 merken ze dat steeds meer huisartsenpraktijken een kantelpunt bereikt hebben. “Ze ervaren dat alles zelf regelen ten koste gaat van de zorgkwaliteit, efficiency en service aan patiënten”, aldus directeur Wim Ooms. Lijn1 is gespecialiseerd in het ‘ontzorgen’ van huisartsen en andere eerstelijnsorganisaties. “Waren het eerst vooral de grote praktijken die bij ons aanklopten, nu zie je dat ook kleinere huisartsenpraktijken deze stap zetten.”

Meer taken, meer zorgen
Huisartsen hebben de afgelopen jaren allerlei nieuwe taken op hun bordje gekregen. Bovendien wordt van ze verwacht dat ze samenwerking zoeken met welzijnswerk, de gemeente en de nuldelijn (bv. vrijwilligersorganisaties). De maatschappelijke rol van de huisartsenpraktijk wordt groter. Daarnaast verlangen patiënten meer digitale service.

Op zich is dat een prima ontwikkeling, vindt Wim Ooms. Maar hij ziet ook de keerzijde. “Als je het goed wilt doen, moet je er tijd insteken. Huisartsen willen in eerste instantie graag alles zelf blijven doen, maar hun prioriteit is de patiëntenzorg. De organisatorische kanten van de praktijk, innovatie (zie ook artikel in Medicalfacts) en samenwerking met welzijn en andere eerstelijnsorganisaties schieten er dan bij in. Er blijft te weinig tijd over om daar écht aandacht aan te besteden.”

Veel P&O-gedoe
Het gevolg is dat de praktijkvoering gaat haperen. “Vooral op P&O-gebied kan er veel gedoe zijn: langdurig zieken, overcapaciteit, niet-functionerende medewerkers. Binnen een praktijk kan dit tot veel stress en onvrede leiden.” Een ander probleem is dat te duur wordt ingekocht.

Lijn1 biedt huisartsen de mogelijkheid om via inhuur een ervaren praktijkmanager in te schakelen. Een gemiddelde praktijk ontvangt tussen de 4 en 8 uur per week ondersteuning. Omdat de manager meestal voor verschillende praktijken werkt, bouwt hij of zij veel kennis en ervaring op. Bij Lijn1 delen de praktijkmanagers hun kennis, onder andere via intervisie.”

Goedkoop is duurkoop
De kosten van inhuur vormen soms een drempel. Maar goedkoop is duurkoop, benadrukt Wim Ooms. “Onderschat de kosten voor inefficiënt personeelsbeleid en te dure inkoop niet. Bovendien ben je met inhuren flexibel. Als de ondersteuning goed op de rails is gezet, kun je soms met minder uren toe.”

Hij wijst er verder op dat huisartsen vanaf 2018 bij de contractering met zorgverzekeraars gebruik kunnen maken van de betaalstatus ‘praktijkmanagement’. “Hiermee kun je een manager inhuren ten behoeve van professionalisering en de samenwerking met wijkorganisaties.”

Oog voor mensen
Wat je bij het ondersteunen van een huisartsenpraktijk vooral niet uit het oog moet verliezen, is de ‘zachte kant’, stelt Wim Ooms. “Bij Lijn1 werken we vanuit de mensen, niet vanuit cijfers of een standaard draaiboek. Als je met de mensen in de organisatie stappen hebt gezet en iedereen goed in z’n vel zit, ontstaat er rust en loopt de rest vanzelf. Niet voor niets horen we vaak: we hadden jullie hulp veel eerder moeten inroepen.”

www.lijn1.nl