Radio-immunotherapie: bundeling van krachten binnen de oncologie

Combinatiebehandelingen op basis van radio- en immunotherapie winnen snel terrein binnen de (hemato-) oncologie. Er bestaan echter nog veel vragen over deze relatief nieuwe behandeloptie. In een recent review artikel in Critical Reviews in Oncology/Hematology geeft auteur Jacques Bernier een duidelijke overzicht van de betrokken biologische mechanismen en bediscussieert hij de resultaten uit (pre-) klinische studies. Daarnaast benoemt hij de voor- en nadelen van de radio-immunotherapie en geeft hij zijn visie op de toekomst van deze veelbelovende combinatiebehandeling.

Door de lokale effecten van ioniserende straling speelt radiotherapie van oudsher een belangrijke rol in de locoregionale behandeling van kanker. Daarnaast zijn er steeds meer aanwijzingen dat radiotherapie kan leiden tot activatie van het immuunsysteem. De evaluatie van combinatiebehandelingen op basis van radio- en immunotherapie vormt dan ook het doel van menige (pre-) klinische studie. Dit onderzoeksveld kreeg bovendien een extra impuls door de recente successen van immuuncheckpointremmers als behandeloptie voor een groeiend aantal maligniteiten.

Waar aanvankelijk werd gedacht dat er weinig interactie en synergie bestond tussen het immuunsysteem en de antitumoreffecten veroorzaakt door radiotherapie, is die gedachte snel aan het veranderen. Uit onderzoek van de afgelopen jaren blijkt namelijk steeds duidelijker dat radiotherapie wel degelijk een effect heeft op ons afweersysteem. Zo kan bestraling leiden tot het vrijkomen van tumorantigenen, cytokines en andere signalen die het immuunsysteem activeren. Bovendien zal de straling het DNA van de tumorcellen beschadigen waardoor nieuwe tumorantigenen kunnen ontstaan.

Aangezien het immuunsysteem over een aantal mechanismen beschikt die afweerreacties onderdrukken zullen lang niet alle proinflammatoire signalen daadwerkelijk tot een afweerreactie leiden. Deze uitkomst verandert echter indien tegelijkertijd immuuncheckpointremmers zoals ipilimumab, nivolumab of pembrolizumab worden toegepast. Deze middelen verhinderen de onderdrukking van het immuunsysteem en kunnen effectieve antitumorresponsen teweegbrengen. De keerzijde is dat immuuncheckpointblokkade ook tot bijwerkingen als colitis en longontsteking kan leiden.

Indien radiotherapie wordt gecombineerd met immunotherapie kan dit een versterkte afweerreactie tot gevolg hebben. Bovendien heeft deze reactie de potentie om niet beperkt te blijven tot de bestraalde tumorcellen, maar om zich zelfs uit te breiden tot eventueel aanwezige metastases op afstand, het zogenoemde ‘abscopal effect’. De afgelopen jaren lieten preklinisch onderzoek en klinische studies inderdaad zien dat de combinatie van radio- en immunotherapie kan leiden tot een verbeterde antitumorrespons bij een variatie aan maligniteiten, waaronder het colorectaal- en niet-kleincellig longcarcinoom. In sommige situaties kan de toediening van een vaccin de respons nog verder verhogen.

Samengevat stelt Bernier dat de combinatie van radio- en immunotherapie nieuwe kansen biedt in de behandeling van kanker. Hij voorspelt dat de mogelijke combinaties niet beperkt zullen blijven tot radiotherapie en immuuncheckpointblokkade, maar dat ook combinaties tussen radiotherapie en bijvoorbeeld vaccins of gemodificeerde lymfocyten tot de mogelijkheden behoren. Wel zal hierin de beperking van immuungerelateerde toxiciteit een grote rol spelen.

Bron:

Bernier J. Immuno-oncology: Allying forces of radio- and immuno-therapy to enhance cancer cell killing. Crit Rev Oncol Hematol 2016;108:97-108.

http://www.croh-online.com/article/S1040-8428(16)30217-7/abstract

Door Robbert van der Voort