“Duodopa blijkt een zeer goede optie voor patiënten met gevorderde Parkinson”

Dr. Henselmans over Duodopa als therapie bij gevorderde Parkinson

 

Klein Advertorial-duodopa 

Figuur 1 – (A) Dagboekresultaten: de verandering tussen nulmeting en week 12 in verscheidene motorische condities bij de ziekte van Parkinson. (B) Dagboekresultaten: motorische condities van de ziekte van Parkinson bij elke visite.*p<0.05. De getoonde data voor elke variabele zijn de least squares means (error bars) uit de dagboeken, voor de 3 opeenvolgende dagen voorafgaand aan de visite aan de kliniek, genormaliseerd tot een 16-urige dag (zonder slaap). On-time zonder hinderlijke dyskinesie is gelijk aan on-time zonder dyskinesie plus on-time met niet-hinderlijke dyskinesie. Data van 35 patiënten in de levodopa-carbidopa intestinale gel-groep en 31 patiënten in de directe afgifte orale levodopa-carbidopa-groep.

Door drs. M. Tent

Advertorial – Duodopa (levodopa-carbidopa) wordt al jaren gebruikt bij de behandeling van gevorderde Parkinson. Voor het eerst is nu in een dubbelblind, dubbel dummy gecontroleerde studie een vergelijking gemaakt met orale levodopa-carbidopa. Dr. Hanneke Henselmans, neurologe in het Zuwe Hofpoort ziekenhuis te Woerden, is blij met het onderzoek en de positieve resultaten. Ze ziet het als een aanleiding om deze waardevolle therapie onder de aandacht te brengen.

Henselmans heeft de combinatie van cognitieve- en bewegingsstoornissen als bijzonder aandachtsgebied. Ze is onder meer manager van het Expertise Centrum voor Cognitieve & Bewegingsstoornissen (ECCB: Midden-Nederland) en voorzitter van de door haarzelf opgerichte Nederlandse Werkgroep Duodopa. Ze weet hoe beperkt de behandelopties bij gevorderde Parkinson zijn, hoe complex de problematiek is en hoe onontbeerlijk ervaring is voor de behandelaar. “Levodopa is de meest effectieve therapie. Bij gevorderde Parkinson is echter de darmwerking gecompromitteerd door gastroparese. Dit heeft belangrijke consequenties voor orale medicatie die de maag moet passeren. Door de gastroparese is het niet meer goed voorspelbaar wanneer en hoeveel effect optreedt. Mede doordat de patiënt meestal niet meer beschikt over een in het brein opgeslagen reserve aan levodopa, geven de wisselende plasmaspiegels onvoorspelbare on- en off fluctuaties.”

Om dit probleem te omzeilen is continue intrajejunale infusie van levodopa-carbidopa in gelvorm (LCIG) via een PEGJ-sonde (Duodopa), in de jaren zestig ontwikkeld door prof. Sten-Magnus Aquilonius. “Doordat de werkzame stoffen direct worden afgeleverd in het jejunum waar ook de opname plaatsvindt en de afgifte doorlopend is, resulteert deze toediening in een stabiele spiegel”, benadrukt Henselmans. Duodopa wordt, ook in Nederland, al jaren met succes toegepast bij gevorderde Parkinson. “Het lag voor de hand een vergelijkend onderzoek te doen tussen orale levodopa directe afgifte en Duodopa”, vindt ze. Deze studie is uitgevoerd en eerder dit jaar gepubliceerd.(1)

Opzet en resultaten
Het is een gerandomiseerde, dubbelblinde, double-dummy trial met een looptijd van 12 weken. De deelnemers, afkomstig uit de VS, Duitsland en Nieuw-Zeeland, waren dertig jaar of ouder en hadden gevorderde Parkinson met motorische complicaties. Bij alle 71 deelnemers werd een PEGJ-sonde aangebracht. Hierna werd gerandomiseerd naar orale levodopa-carbidopa directe afgifte plus intestinale infusie van placebogel, of infusie van levodopa-carbidopa intestinale gel plus orale placebo. Primair eindpunt was verandering in off-fase na 12 weken; secundair eindpunt verandering in on-fase zonder hinderlijke dyskinesieën.

De gemiddelde off-fase nam bij de 35 patiënten in de Duodopa-groep af met 4,04 uur (SE 0,65); bij de 31 patiënten in de orale levodopa-groep bedroeg de afname 2,14 uur (0,66). Het verschil is dus -1,91 uur (95% BI -3,05 tot -0,76; p = 0,0015) in het voordeel van Duodopa (zie figuur 1). Henselmans: “Er was ook een duidelijk verschil in afname van de duur van hinderlijke dyskinesieën ten faveure van de gel.” In de Duodopa en de controlegroep hadden respectievelijk 95% en 100% van de deelnemers bijwerkingen, die in 14% en 21% van de gevallen als ernstig werden beoordeeld. De meeste bijwerkingen waren gerelateerd aan de PEGJ-sonde en waren mild tot matig in ernst. Ze kwamen voornamelijk binnen twee weken na plaatsing voor.

Stadium
De auteurs concluderen dat doorlopende toediening van levodopa-carbidopa met een intestinale gel een veelbelovende optie is ter controle van gevorderde Parkinson met motorische complicaties. De afname van zowel de off-tijd als van hinderlijke dyskinesieën geeft duidelijk minder motorische morbiditeit vergeleken met orale levodopa-carbidopa met directe afgifte. “Een degelijke studie, die bevestigt wat we in de dagelijkse praktijk al langer zien”, oordeelt Henselmans. “Sommige van onze patiënten gebruiken Duodopa al vele jaren. De sonde is een barrière, maar zeker als andere behandelopties hun effect verliezen, kan tweedelijns therapie zoals Duodopa, de Apomorfine-pomp of DBS een wezenlijke meerwaarde hebben.(2) Deze studie onderbouwt dat.
Het gaat erom patiënten goed voor te lichten over de indicaties, effectiviteit en complicaties van de behandelopties, zodat zij in goed overleg een verantwoorde keuze kunnen maken.” Henselmans: “De verschillende werkgroepen rond de tweedelijns therapieën bij Parkinson zetten zich in om de patiënt al in een vroegere fase te informeren over de diverse mogelijkheden. Daarnaast is het mogelijk zinvol om een behandeling als Duodopa al in een wat eerder stadium in te zetten. Diverse werkgroepen buigen zich ook over dat vooralsnog moeilijk te omschrijven indicatiegebied.”

De Werkgroep Duodopa Nederland
Henselmans is initiatiefnemer van de Werkgroep Duodopa Nederland, opgericht in april 2013.
Er participeert inmiddels een twaalftal behandelcentra, verspreid over heel Nederland. Het doel van de werkgroep is het optimaliseren van de behandeling met Duodopa door centralisatie van kennis en kunde, consultatie en multicenter-onderzoek, aldus Henselmans. “Ik had de behoefte om met collega’s in Nederland ervaringen te delen over de behandeling van gevorderde Parkinson. Er zijn in dit stadium drie behandelopties: apomorfine, DBS en Duodopa.

Het gaat vaak om beperkte patiëntaantallen per ziekenhuis en om een complexe problematiek. Door de lage prevalentie is de ervaring met de geïndiceerde behandelmethoden beperkt. Het uitwisselen van gegevens, ervaring en expertise is heel belangrijk om deze behandeling te kunnen optimaliseren.”
De werkgroep is begonnen met het retrospectief inventariseren welke patiënten welke behandeling krijgen. Henselmans: “Je merkt dat het goed is om een aanspreekpunt te hebben voor alles wat te maken heeft met de behandeling van gevorderde Parkinson; niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Bijvoorbeeld in verband met deelname aan internationale studies. Vergeet daarbij niet dat Nederland een van de eerste landen is geweest waar Duodopa wordt toegepast; we beschikken dus over informatie en ervaring waarmee sommige andere landen hun voordeel kunnen doen.”

Volgend jaar zal de werkgroep ook in Nederland voor buitenlandse collega’s een Practical Preceptorship in Advanced Parkinson’s Disease organiseren, met een focus op Continuous Dopaminergic Stimulation Therapy. “Dat zet Nederland natuurlijk wel op de kaart.” De deelnemende centra worden met enige regelmaat voorzien van updates met informatie over behandeling met Duodopa. De eerstvolgende informatiebijeenkomst voor neurologen en gastro-enterologen vindt plaats in het najaar van 2014. 
Voor meer informatie over de werkgroep kunt u zich wenden tot de secretaresse, Lizzy Scharff: lscharff@zuwehofpoort.nl.

Referenties

1 Olanow CW, Kieburtz K, Odin P, et al. Continuous intrajejunal infusion of levodopa-carbidopa intestinal gel for patients with advanced Parkinson’s disease: a randomised, controlled, double- blind, double-dummy study. Lancet Neurol. 2014;13(2):141-9.

2 Bloem BR, van Laar T, Keus SHJ, et al, namens de Centrale Werkgroep Multidisciplinaire Richtlijn Parkinson 2006-2009. Multidisciplinaire richtlijn ziekte van Parkinson. Alphen a/d Rijn, Van Zuiden Communications, 2010.

Bron: BPM Medica 2014

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door AbbVie