Transkatheter-aortaklepvervanging: groeiend draagvlak onder cardiologen

Advertorial – Operatieve aortaklepvervanging is geïndiceerd voor patiënten met aortaklepstenose. Sinds 2002 kan deze ingreep worden verricht met een minder invasieve methode dan een openhartoperatie: de transkatheter-aortaklepvervanging (TAVI). Vanwege de grote voordelen die deze methode biedt boven de conventionele aortaklepvervanging neemt het aantal TAVI’s ieder jaar toe. Dr. Jan Baan, interventiecardioloog aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam, presenteerde tijdens het jaarlijkse symposium van het AMC Hartcentrum op 5 december de huidige stand van zaken met betrekking tot deze relatief nieuwe ingreep.

TAVI-with-Sapien_Main

Aortaklepstenose, het vernauwen van de aortaklep-opening door calcificatie, is een aandoening die frequent voorkomt bij ouderen: boven de 75 jaar is de prevalentie 3 tot 5 procent. Patiënten kunnen last hebben van pijn op de borst, kortademigheid en vermoeidheid, waardoor de kwaliteit van leven fors daalt. Aortaklepstenose is progressief: wanneer de aandoening onbehandeld blijft, kan deze levensbedreigend worden. De klep kan chirurgisch vervangen worden, waarmee de symptomen worden verlicht en de kwaliteit van leven en de levensduur stijgen.

Bij sommige patiënten brengt een conventionele openhartoperatie te veel risico’s met zich mee: 30 tot 40 procent komt hiervoor niet in aanmerking vanwege hoge leeftijd, voorgeschiedenis of comorbiditeit. In dergelijke gevallen is TAVI een mogelijkheid. Hierbij wordt de aortaklep via een katheter transfemoraal, transapicaal of via de aorta ascendens geïmplanteerd. De nieuwe klep is ingeklapt rond de katheter en kan zo via een arterie naar het hart worden gebracht, waar door middel van ballondilatatie plaats wordt gemaakt door de oude klep op te rekken. De nieuwe hartklep blijft achter wanneer de katheter wordt teruggetrokken. De TAVI-procedure brengt minder perioperatieve risico’s met zich mee dan een conventionele aortaklepvervanging: het borstbeen wordt niet geopend, het hart wordt niet stilgelegd waardoor geen hart-longmachine nodig is en de ingreep kan worden uitgevoerd onder minimale sedatie.

In 2002 werd de eerste TAVI verricht bij een inoperabele patiënt en de eerste Nederlandse TAVI was een feit in 2005. Inmiddels zijn er in ons land 14 ziekenhuizen waar de ingreep mag worden verricht. Onder leiding van interventiecardioloog dr. Jan Baan heeft het uitvoeren van deze ingreep een vlucht genomen: inmiddels zijn in het Hartcentrum van het AMC al meer dan 650 TAVI’s uitgevoerd. Om het proces te stroomlijnen heeft het AMC een procedure ontwikkeld waarbij de patiënt wordt gescreend, onder andere door middel van een CT-scan. Hierbij worden diverse parameters bepaald zoals de diameter van de vaten, de mate van calcificatie en de buishoek. Ook wordt met de CT-scan bepaald of er sprake is van comorbiditeit zoals noduli in de lever. Voor TAVI is namelijk een levensverwachting van meer dan één jaar nodig. Op basis van deze informatie wordt door een multidisciplinair team het besluit genomen om de patiënt aan te melden voor een TAVI.

Volgens Baan zorgt de toename van het aantal TAVI’s tot wel 200 per jaar voor een steile leercurve onder de cardiologen van het AMC. Zo wordt de opnametijd steeds korter: “In veel gevallen kan de patiënt zelfs al na minder dan één dag na de ingreep van de intensive care. Ongeveer één dag daarna kan de patiënt gemobiliseerd worden, met een sneller ziekenhuisontslag tot gevolg.” Daarnaast wordt in samenwerking met de fabrikant de kans verkleind op paravalvulaire lekkage en wordt in het AMC geëxperimenteerd met lokale sedatie bij de transfemorale benadering. Dit is een veiligere aanpak bij fragiele patiënten omdat beroertes sneller worden gedetecteerd, de patiënt sneller gemobiliseerd kan worden en er minder kans is op postoperatief delier.

Al deze ontwikkelingen op het gebied van de TAVI-ingreep hebben de afgelopen jaren gezorgd voor een sterke daling van de 1-jaarsmortaliteit, die significant beter is dan die na een conventionele aortaklepvervanging. Daarnaast is dankzij TAVI de noodzaak voor pacemakers verminderd en is de opnametijd verkort, met als gevolg lagere kosten en een verbeterde kwaliteit van leven voor de patiënt. Jan Baan: “Het blijft om de patiënt draaien. Als we het laatste stuk leven van de patiënt waardevoller kunnen maken, is de minimale levensverwachting niet altijd doorslaggevend.”

Bronnen: NTvG, AMC Hartcentrum