Bevinding onderzoek Parkinson biedt aanknopingspunt voor nieuwe behandelmethode

Achter het nieuws

Amsterdam, 24 juli 2014 –

Hersenonderzoek in Wenen heeft laten zien dat de pompfunctie in de dopaminecel van mensen met Parkinson verminderd werkt vergeleken met die van gezonde mensen. Dit toont een onderzoeksgroep onder leiding van Christian Pifl en Oleh Hornykiewicz. Doordat dopamine niet goed wordt opgeslagen in de hersencellen ontstaat er schade aan deze cellen wat onder meer zorgt voor bewegingsstoornissen. Volgens prof. dr. H.W. Berendse, gespecialiseerd in neurologische bewegingsstoornissen, aan het VUmc, biedt het onderzoek een belangrijk aanknopingspunt voor een nieuwe behandelmethode.

Onderzoekers Pifl en Hornykiewicz van de Medische Universiteit van het Centrum voor Hersenonderzoek in Wenen vergeleken de functie van de intracellulaire dopaminepomp in de hersenen van overleden Parkinson-patiënten met die van een gezonde controlegroep. Het bleek dat deze pomp bij Parkinson-patiënten minder effectief is in het opslaan van dopamine in de hersencellen. Wanneer dopamine niet goed wordt opgeslagen in de cel, vindt er zelfvernietiging plaats van de aangetaste zenuwcellen. Prof. dr. H.W. Berendse, gespecialiseerd in neurologische bewegingsstoornissen, is enthousiast over de resultaten van het onderzoek. Al noemt hij het geen revolutionaire bevinding.

Niet revolutionair, wel belangrijk
“Als de cel een signaal afgeeft, stort het blaasje zijn inhoud uit in de synaps, tussen de cellen in. De dopamine wordt daarna weer opgenomen in het cytoplasma en moet ook dat blaasje weer in”, legt Berendse uit. “De vesiculaire monoamine transporter is de pomp die de dopamine weer in het blaasje pompt. Wat er in dit onderzoek is gevonden, is dat de verandering in die pomp een bijdrage kan leveren aan de celdood van de dopaminecel”, aldus Berendse. “Dat is een nieuwe bevinding. Je hebt een target nodig om de pijlen van je therapie op te richten om de dopaminecel als het ware te beschermen tegen verdere beschadiging.” Toch noemt de professor het geen baanbrekend onderzoek. “Het is niet gezegd dat wat ze nu hebben gevonden de primaire beschadiging is waardoor die cel doodgaat. Het onderzoek biedt dus in die zin niet direct kans op genezing, wel is de mogelijkheid om het afsterven van de dopaminecellen af te remmen een stapje dichterbij gekomen.”

In perspectief
De hoogleraar vindt wel dat we dit onderzoek in een bredere context moeten plaatsen. “Met name de laatste tien tot vijftien jaar hebben we geleerd dat er bij Parkinson veel meer aan de hand is dan alleen maar het verlies van dopaminecellen. Verspreid door de hersenen zie je in alle afstervende hersencellen deposities van eiwitten, in het bijzonder van alfa-synucleine. De dopaminecellen zijn daar klaarblijkelijk gevoelig voor, maar het gebeurt ook in andere delen van de hersenen die weer verantwoordelijk zijn voor allerlei andere symptomen van de ziekte.”

Nieuwe behandeling
Desondanks vindt Berendse de onderzoeksbevindingen positief omdat de defecte dopaminepomp een belangrijke factor lijkt te zijn bij het afsterven van dopaminecellen. De resultaten bieden een aanknopingspunt voor de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden voor de ziekte van Parkinson. “Op het moment dat je de functie van de dopaminepomp kunt herstellen met medicijnen, zou het verlies van dopaminecellen kunnen worden afgeremd. Daarmee zou de achteruitgang van Parkinson-patiënten op motorisch vlak minder snel gaan en dat is dus een belangrijke winst ten opzichte van de huidige puur symptomatische behandelingsmogelijkheden”, aldus de hoogleraar.

Parkinson in Nederland
De gemiddelde leeftijd bij het ontstaan van de ziekte Parkinson ligt tussen de 50-60 jaar en prevalentie in Nederland is 40 tot 50 duizend mensen. Behalve de typische motorische problemen, zoals brady- of hypokinesie, rigiditeit en beven, ten gevolge van een dopaminetekort, treden er ook niet-motorische problemen op. Deze aspecten van de ziekte zijn een stuk minder bekend, terwijl Parkinson-patiënten er flink onder kunnen lijden. Denk bijvoorbeeld aan problemen met denken, stemmingsklachten (depressiviteit), reukstoornissen, slaapproblemen, dementie en hallucinaties. Over het algemeen begint Parkinson met deze niet-motorische stoornissen. Op het moment dat iemand de klassieke motorische verschijnselen vertoont, zit hij al verder in het ziekteproces. Uit een onderzoek in huisartsenpraktijken kwam naar voren dat Parkinson-patiënten al 4 tot 6 jaar klachten hebben voordat de ziekte wordt gediagnosticeerd. Omdat het vaak met vage klachten begint, zijn deze voor de huisarts moeilijk te duiden. In de multidisciplinaire Richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van mensen met de ziekte van Parkinson’ wordt dan ook extra aandacht gegeven aan die vroege verschijnselen van Parkinson.

Achtergrond
Eén van de oorzaken van Parkinson is het afsterven van dopaminecellen. Dopamine is een zogenaamde neurotransmitter, een chemische stof waarmee zenuwcellen communiceren met elkaar. Het ligt opgeslagen in het uiteinde van de zenuwcellen, maar komt vrij zodra de cellen met elkaar in verbinding willen komen.

Bron: Journal of Neuroscience

MedZine plaatst het nieuws in perspectief met interviews en reacties van experts op dat wat er in de medische wereld speelt.